Bekijk hier de laatste nieuwsitems van CS RIGGING.

Waarom zijn er zoveel types Dyneema?

Elk jaar zien we ze weer verschijnen. De zogenoemde nieuwe lijnen en allen onder de noemer Dyneema. Hiermee is Dyneema een algemeenheid geworden waar steeds meer vraagtekens komen. Welke soorten zijn er nou eigenlijk en wat is de beste soort voor mijn toepassing. Op deze vragen gaan wij proberen het antwoord te geven.

Allereerst het begin. De Dyneema vezel wordt vaak vergeleken met een bord spaghetti. Als je naar het bord kijkt zie je een wirwar aan slierten wat vergelijkbaar is met de basis van Dyneema vezel. Hoe meer je deze slierten parrallel aan elkaar legt en tegen elkaar aan schuift hoe meer volume je op een kleiner oppervlak hebt. Hiervandaan komen de verschillende Dyneema klasses SK38, SK62, SK75, SK78, SK90 en SK99. Deze klasses geven aan hoeveel breekkracht de vezel heeft en hoeveel hij aan het fenomeen kruip onderhevig is. Zo zijn de types SK75 en SK78 qua breekkracht gelijkwaardig waarbij uitsluitend de kruip van de SK78 afwijkt. De SK78 is dan weer sterker dan de SK38 maar wel weer minder sterk als de SK90 en SK99.

Wat fabrikanten nu sinds jaar en dag doen is het gebruik maken van de merknaam Dyneema. Aangezien dit toch een algemeen begrip is wordt aangenomen dat de consument het verschil toch niet ziet, begrijpt, of er iets mee doet. Elke fabrikant heeft dan ook zijn eigen budget dyneema lijnen. Deze lijnen worden in 3 types onderverdeeld.

Type 1 is het type waar de kern van de lijnen uit een mix is opgebouwd van Dyneema SK78 en Polypropyleen. Deze polypropyleen is er puur en alleen voor de opvulling van de lijn om hem toch een dikkere diameter te geven. Zo kan er in een 10 mm budgetval zomaar net zoveel breekkracht zitten als in een 6 mm Dyneema val met 100 % SK78 kern. De polyprop is gekozen omwille van het eigengewicht en het feit dat het de goedkoopste vezel van allemaal is. Ditzelfde zie je overigens ook bij goedkope landvasten waarbij de kern polyprop is en de mantel van Nylon, maar daar duiken we niet verder op in. Lijnen van dit type bieden wij niet aan.

Type 2 is het type waar de kern van de lijnen 100 % van Dyneema SK78 is maar waarvan de polyester mantel dikker is uitgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de rek en kruip redelijk minimaal is en dat de bescherming voor de kern optimaal is. Dit type zagen wij voor de introductie van type 3 het meeste in de markt. Prima lijn, goede compactheid en goed geprijsd. Wij bieden deze aan als de Dynalite lijn van Gleistein. 

Type 3 is het type waar de kern van de lijnen 100 % van Dyneema SK38 is. Deze kern is, anders dan type 2, van maximale dikte om de compactheid optimaal te houden. De mantel is dan ook niet extra verdikt. De breekkracht van de SK38 vezel ten opzichte van de SK78 vezel ligt ca. 30 % lager maar gezien het feit dat er meer van de vezel inzit is de breekkracht van beide lijntypes gelijkwaardig. Een 10 mm Dynalite heeft een breekkracht van 3000 kg terwijl deze optie 3 een breekkracht heeft van 3200 kg. Met een betere handzaamheid en de lijnen worden omwille van zijn compactheid minder plat in de stopper. Dus 100 % Dyneema kern met een buitenmantel van polyester ter protectie van de kern. Wij bieden deze aan als de MegaTwin 07 lijn van Gleistein.

Buiten de budget opties de er geboden worden binnen de huidige markt ook veel lijnen geboden van UMHPE (ultra hoog moleculair polyethyleen). Deze lijnen worden verkocht als maar zijn niet van de originele Dyneema vezels maar slechts een afgeleide. Dyneema vezels worden gemaakt door DSM en kenmerken zich aan de stabiele levensduur. Vraag dan ook altijd de leverancier of het om de originele variant gaat.

De laatste veelgestelde vraag is wat Spectra is? In de basis is dit een andere vezel door een andere fabriek geproduceerd maar grof gezegd is Spectra de Amerikaanse equivalent van de Dyneema vezel. In Europa zie je dan ook veel meer Dyneema dan Spectra. Spectra wordt geproduceerd door Honeywell.

Verstaging, bij u ook één groot vraagstuk?

De meest gestelde vraag op het gebied van de verstaging is; wat is de levensduur en wanneer moet ik vervangen? De richtlijn voor vervanging is 12 tot 15 jaar. Dit afhankelijk van zeilgebied, zeilintensiteit en het aantal zeemijlen. Wat echter altijd een vraag blijft bij de boten die van eigenaar gewisseld zijn is, zal de vorige eigenaar ooit de verstaging vervangen hebben? En zo ja wanneer en door wie? Niet iedereen die een walsmachine heeft kan immers een goede verstaging afleveren.

Om de traceerbaarheid van verstaging te verhogen graveren wij bij CS Rigging in met een uniek nummer. Zo krijgt elk stag een nummer en productiedatum mee. Deze nummers worden aangebracht middels een speciale RVS graveermachine. Bijkomend voordeel: een vraag over een stag? Geeft het nummer door en wij weten waar het over gaat.

Voor Zilt magazine hebben onze collega's invulling gegeven aan het dossier verstaging. Deze editie staat boordevol adviezen en is de moeite van het lezen meer dan waard. Het artikel is hier te vinden.

Verleng de levensduur van vallen en schoten!

"Als de lijn door de stopper slipt moet je hem vervangen", "Extra mantels zijn toch alleen voor wedstrijdzeilers", "Lijnen hoef je niet te onderhouden"; stuk voor stuk misvattingen, maar wat is er dan wél aan te raden want hoe verleng je die levensduur van je lijnen dan echt? Wij gaan het uitleggen.

In de basis zijn er 2 soorten veelgebruikte mantels. De polyester/technora mantel en de Dyneema mantel. De ene gebruik je om meer frictie te creëeren en de andere om juist minder frictie te krijgen.

Laten we kijken naar het meestvoorkomende probleem; de val slipt door de stopper.

Uitgaande van een deugdelijke stopper is de oorzaak dat de buitenmantel van de val te glad is, niet meer dik genoeg is of teveel pluist waardoor de buitenlaag van de val een soort aquaplaining tussen de stopper ervaart. Waar je dan naar op zoek moet is meer frictie van de val in de stopper.

De eerste gedachte; Neem een nieuwe val. De standaard Dyneema of Polyester vallen van bijvoorbeeld Gleistein hebben in de basis een goede frictie. De eerste paar tochtjes zijn de lijnen wellicht nog wat glad maar daarna heb je topfrictie in je val. Naar verloop van tijd zal, omwille van slijtage, de buitenlaag echter ook gaan slippen.

Nu wordt de breekkracht van deze vallen bij de polyester uitvoering aanzienlijk minder bij slijtage, de mantel is immers verantwoordelijk voor 50 % van de breekkracht. Bij Dyneema echter doet de kern het werk waardoor de mantel in die lijnen er puur zit ter bescherming van de kern en de handzaamheid van de lijn. In beide uitvoeringen is het zaak om de lijn te beschermen tegen de stoppers voordat het schade aanricht.

Hoe meer frictie een lijn heeft hoe meer hij onderhevig is aan slijtage. Heb je een polyester buitenmantel dan zit je op een smeltgraad van ca. 225 graden. Dit punt wordt in een stopper niet snel bereikt maar je zit bij dynamische belasting wel op een flinke verwarming. De oplossing moet je dan ook vinden in de hittebestendige mantel. Lijnen welke voorzien worden van een mantel met een vezelmix van polyester en technora houden zich in deze situatie het beste. De smeltgraad van het technora ligt op ca. 600 graden en is daarmee veel beter bestand tegen de frictie/verhitting dan de standaard polyester mantel.

Dan het tweede grote probleem; slijtage bij de valingang van de mast. De val slijt over de schijven in de mast of schuurt langs een valgeleider die niet meer in topconditie is. Dit zijn situaties waar je absoluut geen frictie wilt. Frictie zorgt namelijk voor slijtage en daarmee vermindert het de levensduur van de lijn. De Dyneema vezel is van zichzelf een gladde vezel. Deze glijdt overal langs waardoor je de slijtage minimaliseert.

Op plekken waar je minder slijtage wilt is het verstandig om een Dyneema mantel in te splitsen. Dit is een relatief eenvoudige klus maar beschermt de lijn daar waar de lijn het, het meeste nodig heeft.

    

Voorkom het drama van de "halyard wrap"

De voorstag, bij uitstek het stag welke het meeste vervangen wordt van allemaal. En niet omdat ze harder slijten, niet omdat ze ondergedimensioneerd zijn maar gewoon door de zogenoemde "halyard wrap". Het fenomeen is bekend en ook al weet iedereen van het gevaar krijgen wij nog steeds maandelijks een gebroken of beschadigde voorstag in handen. Laten we eerst eens kijken wat er gebeurd;

De val loopt evenwijdig aan de voorstag en draait ineens mee met de valwartel om het profiel en stag heen. De rolfok zal stroef gaan lopen maar de reeflijn wordt doorgetrokken of zelfs op de lier gezet. Dit zorgt ervoor dat je de val dusdanig hard aantrekt waardoor de val de profielen beschadigd of het stag.

Rolfokproducenten hebben meerdere oplossingen bedacht. Zo zijn er bijvoorbeeld types op de markt gekomen met grotere ringen bovenop. Dit is inmiddels echter bij de meeste systemen niet meer verkrijgbaar omdat ze in de praktijk niet altijd werken. 

De eenvoudigste oplossing is het plaatsen van een valgeleider. Hiermee loopt de val niet meer evenwijdig aan het stag waardoor de kans op vastdraaien minimaliseert. Het plaatsen van de valgeleider is relatief eenvoudig. De valgeleider heeft een aantal gaten maar wordt geleverd met een isolatieplaatje welke tevens als mal dient. Simpelweg opplaken, boren en de valgeleider vastzetten met popnagels en je bent klaar.

Hiswa te Water

Op 30 augustus 2016 opende de Hiswa te Water zijn deuren weer. 6 dagen lang watersport ten top met dit jaar uitstekend weer. Waar vorig jaar nog in het teken stond van onze introductie konden wij deze editie de eerste vaste klanten verwelkomen. Met verhalen over de nieuwe verstagingen, rolfoksystemen en lijnen was de sfeer positief. 

Contactgegevens

CS Rigging
Kleine Tocht 5
1507 CB Zaandam
Nederland

E-mail nieuwsbrief

Onze infrequente e-mail nieuwsbrief staat vol met interessante zaken, aanbiedingen en producten. Schrijf u nu meteen in, u kunt zich eenvoudig weer uitschrijven